Een eigen munt is ook niet altijd feest

Er zijn mensen die denken dat we in Europa beter terug kunnen gaan naar de situatie dat elk land zijn eigen munt heeft. Ze hebben genoeg van alle rampverhalen over de euro. De te lage rente, de spanningen rond Griekenland, al het andere Europese gedoe…? Met een eigen munt ben je lekker weer eigen baas, lijkt de gedachte te zijn. Maar dat is helemaal niet waar! Een eigen munt is geen plezier, maar een enorme verantwoordelijkheid. De munt moet stabiel blijven, maar er is altijd discussie over wat het goede niveau is, de rente moet daarop worden aangepast en ook daarover heeft iedereen een eigen mening. Het wisselkoersbeleid leidt al gauw tot onenigheid tussen landen. Monetaire discipline is voor een open economie als die van Nederland een absolute vereiste. Met een beetje populisme heb je al gauw de kwaliteit van een Griekse drachme te pakken. Iedereen die terug naar de gulden wil zou zich daarom moeten verdiepen in de monetaire geschiedenis van onze munt. De keuze voor de koppeling aan de Dmark gaf ons weinig beleidsvrijheid, en zelfs die keuze kwam regelmatig onder druk te staan in het geweld van de spanningen tussen de grote valuta’s. Misschien lijkt dat overdreven. Zo veel zorgen maken we ons niet over de huidige wisselkoersschommelingen tussen de euro en de Amerikaanse dollar. Maar dan is het goed te bedenken dat het grootste deel van onze handel met de andere Europese landen is, en niet met de VS. En hoe fijn zouden we het vinden als -net als nu voor de Britten- onze vakantie in Frankrijk in één keer twintig procent duurder zou zijn? Eigenlijk mogen we best blij zijn met de euro.

Om een beetje gevoel te krijgen voor het tijdperk van eigen munten heb ik op de artikelenpagina een beschrijving geplaatst van één van de laatste grote valutacrises voordat de euro werd gelanceerd: de crisis van de zomer van 1993. Dat is tegelijk bedoeld als een hommage aan twee mannen die hun bijdrage hebben geleverd aan de monetaire stabiliteit van de periode vóór de EMU, André Szász en Hans Tietmeyer, die beide rond de afgelopen jaarwisseling zijn overleden.

Sociale polarisatie, wat doen we er tegen?

Een samenleving heeft samenhang nodig. Sociale cohesie wordt dat vaak genoemd. Die samenhang wordt door mensen gemaakt. Ze gunnen elkaar iets, erkennen elkaars belangen. Dat kan alleen als mensen het gevoel hebben dat hun zelf recht gedaan wordt met de plek die zij in de samenleving innemen. Dat gevoel is bij steeds meer mensen zoek. Niet alleen in Nederland. Kijk maar naar het Brexit referendum. Kijk maar naar de uitverkiezing van Trump in de VS. De sociale cohesie dreigt plaats te maken voor sociale polarisatie. Dat is niet goed voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. Waarin één van de fundamenten is dat ook de belangen van alle minderheden worden meegewogen. Als de samenleving is gepolariseerd is dat niet meer vanzelfsprekend. Populisme komt op. De onderbuik wordt belangrijker dan het hoofd. Er worden karikaturen gemaakt van de posities van de “anderen”, in plaats van pogingen elkaars belangen te begrijpen.

Is sociale polarisatie bedwingbaar? Is sociale cohesie maakbaar? Ik denke zeker dat overheidsbeleid er invloed op heeft. De afgelopen periode met onder andere grote bezuinigingen heeft eerder tot polarisatie dan tot meer cohesie geleid. Maar zijn die bezuinigingen wel een goed excuus? Wordt er bij het formuleren van beleid expliciet gekeken naar wat het betekent voor de cohesie of de polarisatie? Ik denk het niet. Het is de moeite waard te onderzoeken of dat wel zou kunnen. Onze samenleving is dat waard. En heeft het op dit moment ook hard nodig. Ik heb het thema uitgewerkt op de Artikelenpagina.

Het is moeilijk om exponentieel te denken

Een van de grote fenomenen van deze tijd is de Wet van Moore. Het is eigenlijk geen wet, het is een grafiek die laat zien dat de rekencapaciteit van computers binnen elke twee jaar verdubbelt. Een sterke exponentiële groei dus.Voor mensen is het moeilijk om exponentieel te denken. Wij denken vaak in termen van historische verschillen: “zoals het de afgelopen twee jaar is veranderd, zo zal het ook de komende twee jaar wel veranderen”. Maar in een exponentiële omgeving is dat niet waar. Dit maakt het razend moeilijk om in de toekomst te kijken als het gaat om de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Wat betekent het dat over tien jaar een smartphone even intelligent kan zijn als zijn eigenaar? Hoe moeten we een dergelijke ontwikkeling begeleiden of de goede kant uit sturen?

Maar exponentiële ontwikkelingen zijn niet alleen zichtbaar in de digitale wereld. Ook de menselijke invloed op deze aarde ontwikkelt zich al een tijd lang  exponentieel. ZO’n ontwikkeling kan lang klein blijven, maar plotsklaps wordt de snelle groei waarneembaar. Zo groeit het aantal ernstige overstromingen door de klimaatverandering al decennialang via een exponentiële kromme, maar pas recent zien we het! Al sinds het rapport van de Club van Rome uit 1972 zijn wij vertrouwd gemaakt met het exponentiële karakter van de menselijke uitputting van de aarde, maar het blijft moeilijk exponentieel te denken en daar naar te handelen. Lees meer op de artikelenpagina.

De overheid is toch niet overbodig geworden?

Mensen die voor Donald Trump stemmen, of voor Brexit, gedragen zich vanuit bestuurlijk perspectief natuurlijk onverantwoord. Ja, ze keren zich tegen de bestuurlijke elite. Maar ze hebben geen idee wat de consequenties zijn van hun stemgedrag. Interesseert ze dat niet? Denken ze misschien dat het niets uitmaakt omdat het  bestuur sowieso onmachtig is geworden? Dat hun problemen toch worden genegeerd? Dat het overheidsbeleid maar eens klaar moet zijn met in cirkeltjes ronddraaien om uitgekauwde thema’s ?

Het lijkt me best goed om over deze vragen na te denken. Het antwoord is in elk geval niet om de mensen maar voor gek te verklaren. De politiek moet zich wellicht afvragen waar die beleving van onmacht van het hedendaagse bestuur vandaan komt. Ik kan drie hints verzinnen. Worden de  resterende beleidsvragen rond de klassieke overheidstaken  als zorg, onderwijs, veiligheid en arbeidsmarkt niet onnodig verpolitiekt? Worden de grote problemen van deze tijd (zoals migratie, digitalisering, klimaat) wel echt aangepakt, of met valse redeneringen grotendeels ontweken? Krijgt ongelijkheid in onze geïndividualiseerde samenleving wel voldoende aandacht?

ik heb de hints uitgewerkt op de Artikelenpagina.

De kwetsbaarheden van Poetin

De Russische president Poetin wordt bij ons vaak gezien als een succesvol strateeg, geen vriend van het Westen en wellicht een bedreiging. Maar misschien is het goed ook zijn kwetsbaarheden te onderkennen. De Russische economie loopt slecht, zijn militaire interventies in Oekraïne, de Krim en Syrië dragen een heel hoog prijskaartje als je  kijkt naar de internationale reacties: economische sancties en vijandschap met de Soenitische wereld, en de pijnlijke onthullingen in bijvoorbeeld de Panama papers en het recente dopingschandaal hebben zijn reputatie ernstig onderuit gehaald. Die kwetsbaarheden leveren voor de politicus Poetin een heel drukke agenda. Wat kan daar nog bij? Kunnen we dat een beetje begrijpen? Dat is de gestelde vraag in het artikel op de Artikelenpagina.

Brexit, of toch maar niet?

Afgelopen donderdag hebben de Britten via een referendum gekozen voor uittreding uit de EU. Dat inspireerde mij tot een aantal stellingen:

Een zo ingrijpend besluit als uittreding uit de EU dient niet met een gewone meerderheid van 50%, maar met een gekwalificeerde meerderheid van bijvoorbeeld twee-derde te worden genomen, om recht te doen aan de democratische plicht om zorgvuldig om te gaan met de belangen van minderheden.

Na de eerste euforie zullen de chaos in het VK en de economische terugslag  de roep om een Nexit of Frexit, of welke andere uittreding  dan ook, in de komende maanden snel doen verstommen.

Het is nog hoogst onduidelijk hoe snel de uittreding juridisch kan worden gerealiseerd en een nieuw (handels)verdrag regime met het VK kan worden afgesproken. Dat moet eerst helder zijn voordat de artikel 50 procedure, die in twee jaar moet zijn afgerond, kan worden ingeroepen.

Het beste wat er nu kan gebeuren is dat de Brexit uiteindelijk helemaal niet doorgaat. Dat is mogelijk na een periode van kommer en kwel, als er voorzichtig op wordt gestuurd, als leiderschap wordt gevonden dat zorgvuldig verdere radicalisering voorkomt en verbinding blijft zoeken, en wanneer de ontwikkelingen van de komende jaren duidelijk maken dat het wensbeeld dat bij de Brexit werd nagestreefd niet blijkt te bestaan.

Ik heb de stellingen uitgewerkt in een stuk op de Artikelen pagina.

Die eindeloze vastendagen van de Ramadan

De Ramadan valt dit jaar op het Noordelijk halfrond midden in de zomer, als de dagen het langst zijn. Hoog in het Noorden, waar de zon in de zomer niet of nauwelijks ondergaat, mogen de moslims de zonsopgang en -ondergang aanhouden van Mekka, of een dichterbij gelegen Islamitisch land. Ook voor Nederland zou dat een flink verschil uitmaken. Voor de langste dag (21 juni)  staat in Nederland van 5.19 uur tot 22.04 uur de zon aan de hemel. In Mekka is dat van 5.40 uur tot 19.06 uur. Ik zou het elke Nederlandse moslim gunnen om bij het vasten die laatste tijden aan te mogen houden. Of het ook gebeurt? Of het bespreekbaar is?

De inclusieve samenleving vraagt actie

Nederland scoort op veel lijstjes heel hoog, maar toch bestaat er het gevoel dat het niet zo goed gaat met de Nederlandse samenleving. Hij verbrokkelt, in groepen die elkaar nauwelijks meer ontmoeten en met wantrouwen naar elkaar kijken. Wantrouwen, soms boosheid zelfs. Vaak gevoed door onzekerheid over het effect van alle ontwikkelingen om ons heen. Wat gaat de toekomst ons brengen? Zijn mijn inkomen en gezin wel veilig? Lukt het om uit de problemen te komen? Er leven acute vraagstukken voor een op vijf van alle gezinnen die problematische schulden hebben. Er bestaat een vrees voor uitsluiting bij de ruim anderhalf miljoen Nederlanders met een (licht of matig) verstandelijke beperking. Of bij alle Nederlanders met een migrantenachtergrond, in de grote steden toch de helft van de bevolking. We moeten iets doen tegen die verbrokkeling van de samenleving, want daar gaan we last van krijgen. De politiek heeft er al last van. De inclusiviteit van de samenleving versterken. Met heel praktische dingen. Dat lijkt misschien roeien tegen de stroom in. Hard roeien dus! Op de pagina Artikelen probeer ik wat suggesties te doen, maar dat is maar een bescheiden aanzet.

Zonne-energie heeft de toekomst!

Als je de voorspellingen van de prijsontwikkeling van zonne-energie mag geloven, dan is vanaf 2040 de productie van elektriciteit met zonnepanelen goedkoper dan met een kolencentrale. Dat betekent dat de energietransitie er heel anders uit komt te zien dan we een paar jaar geleden nog voor mogelijk hielden. Allerlei ingewikkelde en dure plannen kunnen in de prullenbak. We gaan op weg naar een toekomst waarin energie een goedkoop en relatief probleemloos product wordt. Geen veroorzaker meer van een klimaatprobleem! Maar omdat de invoering van een nieuw grootschalig energiesysteem vele tientallen jaren kost moeten we snel beginnen. Een beter hoogspanningsnet. Opbouw van grootschalige energieopslag. Elektrificatie van de gebouwde omgeving en de transportsector.  Op de artikelenpagina heb ik een paar onderdelen van deze uitdagingen uitgewerkt.

Dit is voor de overheid het moment om te investeren!

Naar aanleiding van de buitengewoon lage rente waartegen de overheid op dit moment leent, werd de minister-president  een paar weken geleden gevraagd of die lage rente niet een goede aanleiding was om te gaan investeren. De MP  meldde vol overtuiging dat zijn kabinet dat niet ging doen. De overheidsfinancien moesten juist op orde gebracht worden. Toen ik dat  hoorde dacht ik dat hij waarschijnlijk ook geen idee had waarin de overheid zou kunnen investeren. En heel eerlijk gezegd: wie wel? Op welk ministerie ligt er een plan klaar om de komende paar jaar eens een fors aantal miljarden te gaan investeren in de toekomst van Nederland? Op geen enkel, durf ik wel te stellen. En het is ook niet heel gemakkelijk. Natuurlijk: duurzame energie. En wat nog meer? Iets dat snel kan, en niet over vijf jaar, of tien jaar, omdat we niet weten wat de rente dan weer zal doen. ..? Ik heb er nog geen uitgebreider stuk over, maar ik vind het wel een uitdaging om eens concreet over na te denken. Om verder te komen dan alleen de kreet van de titel van dit stukje!