Investeren in jezelf als je veertig bent

Loopbanen van een leven lang bij hetzelfde bedrijf bestaan bijna niet meer. Globalisering en digitalisering dwingen bedrijven snel aan te passen. Beroepskennis veroudert steeds sneller.  Werknemers moeten dus ook flexibel zijn en rekening houden met grote veranderingen in hun werk en hun werkkring. Terwijl we wel steeds langer moeten werken, omdat de pensioenleeftijd opschuift. Het is dus belangrijk om tijdens ons werkzame leven te blijven investeren in onszelf. De overheid heeft al verschillende pogingen gedaan om dat te stimuleren, vooral met een fiscale prikkel. Bijvoorbeeld met verlofsparen, of met de levensloopregeling. Niet heel erg succesvol. Vanuit de gedragswetenschappen weten we inmiddels dat er meer nodig is om het gedrag van mensen echt te veranderen dan alleen maar een financiële prikkel. Je moet mensen motiveren met het goede verhaal, je moet een kopgroep creëren, je moet de infrastructuur op orde brengen en nog een paar dingen die horen bij een integrale aanpak van gedragsverandering. Deze tijd vraagt eigenlijk best om zo’n integrale aanpak.

Op de artikelenpagina werk ik dit thema nog wat verder uit.

Hoe bestrijden we buitenlandse onruststokers?

Het is in dit digitale tijdperk veel gemakkelijker om onrust te zaaien dan om rust en zekerheid te verspreiden. Dat hebben de dictators van deze wereld heel goed door. Of ze nu Poetin, Erdogan of Trump heten, alle moderne media worden ingezet om angst en onzekerheid te creëren en tegelijk uit te stralen dat hun krachtige leiderschap het enige is dat redding uit de ellende kan brengen. Ten koste van de democratische rechtsstaat waarin ze opereren. En ook andere democratieën moeten blijkbaar ontregeld worden. Dat zou je in elk geval kunnen aflezen aan de internet- en media-inspanningen van bijvoorbeeld het regime van Poetin. Fake nieuws, hacken, verdachtmakingen, alleen al aan de Russische nieuwsverspreiding in het buitenland wordt meer dan 1 miljard dollar per jaar besteed. Maar ook Trump heeft zich al herhaaldelijk destructief uitgelaten over de Europese Unie. Wat doen we hier eigenlijk tegen? Weinig is mijn indruk, te weinig. Wat zouden we meer kunnen doen? Allereerst kunnen we de kwaliteit van het internationale nieuws proberen hoog te houden, fake nieuws ontmaskeren, en betrouwbaar nieuws internationaal verspreiden, ook in het Russisch en het Turks. Verder kunnen we proberen de internationale dialoog te verbeteren en transparanter te krijgen. Daarin moeten we dan wel voor onze westerse waarden van de democratische rechtsstaat durven staan , maar ook de andere partijen de ruimte geven hun bezwaren tegen ons stelsel open en bloot te ventileren. Transparantie maakt dictators kwetsbaar. Misschien is het belangrijkste nog wel de weerbaarheid in onze samenleving te vergroten. Betrek zoveel mogelijk burgers bij het vergroten van het inzicht in wat waar en fake is, en wat de waarde is van de samenleving die we in Europa hebben opgebouwd. De overheid en de politiek  hebben hierin zeker een rol, maar ook alle andere maatschappelijke organisaties kunnen een deel van het werk oppakken. Het goede verhaal gaan bedenken en het gaan vertellen.

Op de artikelenpagina heb ik een stuk geplaatst dat hier wat uitgebreider op in gaat. Dat is een begin, geïnspireerd door de gedachte dat we niet passief kunnen blijven. Maar ik heb niet de pretentie dat ik het verhaal al helemaal rond heb. Lees zelf maar, en denk mee!

We moeten onze publieke systemen opnieuw aansluiten!

Waarom moet ons onderwijsstelsel op de schop? Of onze energiehuishouding? Of ons sociale zekerheidsstelsel of ons pensioenstelsel? Niet vanwege veranderde politieke of ideologische voorkeuren.  Maar omdat die stelsels niet meer aansluiten op de samenleving van vandaag! Het is een probleem van veel van onze publieke systemen. Ze zijn moeilijk aan te passen, en dat gebeurt dan ook vaak heel traag, of helemaal niet. Terwijl de samenleving in hoog tempo is veranderd en nog steeds verandert. Het openbaar bestuur is zo’n publiek systeem dat inmiddels slecht aansluit bij de regiovorming die je in heel veel beleidsterreinen tegenkomt. Het onderwijs als publiek systeem sluit niet goed aan bij onze gedigitaliseerde samenleving. De sociale zekerheid mist de aansluiting met het flexibele deel van de arbeidsmarkt. Dat is best een probleem. Want als de publieke systemen door een slechte aansluiting niet meer doen wat ze moeten doen verliezen ze gemakkelijk hun maatschappelijk draagvlak. Sterker nog, het draagvlak voor de politiek en het openbaar bestuur, als hoeders van de publieke systemen, komt op een hellend vlak. Het is dus de moeite waard om alle aansluitingen van de publieke systemen eens systematisch langs te lopen. Misschien is daar nu ook beleidsmatige ruimte voor, nu bezuinigen niet meer de eerste prioriteit is. Op de artikelenpagina werk ik dit verder uit.

Spijt!

Er gebeuren in Amerika allerlei interessante dingen. Maar de onderstaande grafiek zou iedereen die binnenkort moet stemmen, en ook iedereen die binnenkort gekozen hoopt te worden, goed tot zich door moeten laten dringen. Kijk hoe de voor en tegens over Obamacare zich ontwikkelen sinds de verkiezing van Trump tot president. Obamacare was het grote thema waarmee de Republikeinen oppositie voerden tegen het beleid van president Obama. Het was ook één van de grote thema’s waarmee Trump zijn campagne voerde, en met succes. Maar de kiezers geloven er niet meer in. Spijt!

Zij maken zich nu zorgen over de afschaffing van hun zorgverzekeringsstelsel, waarvan de gewone Amerikaan inmiddels steeds meer beseft dat het ook hem beschermt. Waarom is dit nu voor kiezers van belang? Zij kunnen hieruit leren dat je niet alleen maar ergens tégen  moet zijn, maar je ook ergens vóór moet zijn. In Nederland hebben we daar een mooi gezegde over: gooi geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt. Let daar dus op: of mensen die gekozen willen worden het alleen over “oude schoenen” hebben, en/of dat ze ook aangeven welke “nieuwe schoenen” ze te bieden hebben.

Een eigen munt is ook niet altijd feest

Er zijn mensen die denken dat we in Europa beter terug kunnen gaan naar de situatie dat elk land zijn eigen munt heeft. Ze hebben genoeg van alle rampverhalen over de euro. De te lage rente, de spanningen rond Griekenland, al het andere Europese gedoe…? Met een eigen munt ben je lekker weer eigen baas, lijkt de gedachte te zijn. Maar dat is helemaal niet waar! Een eigen munt is geen plezier, maar een enorme verantwoordelijkheid. De munt moet stabiel blijven, maar er is altijd discussie over wat het goede niveau is, de rente moet daarop worden aangepast en ook daarover heeft iedereen een eigen mening. Het wisselkoersbeleid leidt al gauw tot onenigheid tussen landen. Monetaire discipline is voor een open economie als die van Nederland een absolute vereiste. Met een beetje populisme heb je al gauw de kwaliteit van een Griekse drachme te pakken. Iedereen die terug naar de gulden wil zou zich daarom moeten verdiepen in de monetaire geschiedenis van onze munt. De keuze voor de koppeling aan de Dmark gaf ons weinig beleidsvrijheid, en zelfs die keuze kwam regelmatig onder druk te staan in het geweld van de spanningen tussen de grote valuta’s. Misschien lijkt dat overdreven. Zo veel zorgen maken we ons niet over de huidige wisselkoersschommelingen tussen de euro en de Amerikaanse dollar. Maar dan is het goed te bedenken dat het grootste deel van onze handel met de andere Europese landen is, en niet met de VS. En hoe fijn zouden we het vinden als -net als nu voor de Britten- onze vakantie in Frankrijk in één keer twintig procent duurder zou zijn? Eigenlijk mogen we best blij zijn met de euro.

Om een beetje gevoel te krijgen voor het tijdperk van eigen munten heb ik op de artikelenpagina een beschrijving geplaatst van één van de laatste grote valutacrises voordat de euro werd gelanceerd: de crisis van de zomer van 1993. Dat is tegelijk bedoeld als een hommage aan twee mannen die hun bijdrage hebben geleverd aan de monetaire stabiliteit van de periode vóór de EMU, André Szász en Hans Tietmeyer, die beide rond de afgelopen jaarwisseling zijn overleden.

Sociale polarisatie, wat doen we er tegen?

Een samenleving heeft samenhang nodig. Sociale cohesie wordt dat vaak genoemd. Die samenhang wordt door mensen gemaakt. Ze gunnen elkaar iets, erkennen elkaars belangen. Dat kan alleen als mensen het gevoel hebben dat hun zelf recht gedaan wordt met de plek die zij in de samenleving innemen. Dat gevoel is bij steeds meer mensen zoek. Niet alleen in Nederland. Kijk maar naar het Brexit referendum. Kijk maar naar de uitverkiezing van Trump in de VS. De sociale cohesie dreigt plaats te maken voor sociale polarisatie. Dat is niet goed voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. Waarin één van de fundamenten is dat ook de belangen van alle minderheden worden meegewogen. Als de samenleving is gepolariseerd is dat niet meer vanzelfsprekend. Populisme komt op. De onderbuik wordt belangrijker dan het hoofd. Er worden karikaturen gemaakt van de posities van de “anderen”, in plaats van pogingen elkaars belangen te begrijpen.

Is sociale polarisatie bedwingbaar? Is sociale cohesie maakbaar? Ik denke zeker dat overheidsbeleid er invloed op heeft. De afgelopen periode met onder andere grote bezuinigingen heeft eerder tot polarisatie dan tot meer cohesie geleid. Maar zijn die bezuinigingen wel een goed excuus? Wordt er bij het formuleren van beleid expliciet gekeken naar wat het betekent voor de cohesie of de polarisatie? Ik denk het niet. Het is de moeite waard te onderzoeken of dat wel zou kunnen. Onze samenleving is dat waard. En heeft het op dit moment ook hard nodig. Ik heb het thema uitgewerkt op de Artikelenpagina.

Het is moeilijk om exponentieel te denken

Een van de grote fenomenen van deze tijd is de Wet van Moore. Het is eigenlijk geen wet, het is een grafiek die laat zien dat de rekencapaciteit van computers binnen elke twee jaar verdubbelt. Een sterke exponentiële groei dus.Voor mensen is het moeilijk om exponentieel te denken. Wij denken vaak in termen van historische verschillen: “zoals het de afgelopen twee jaar is veranderd, zo zal het ook de komende twee jaar wel veranderen”. Maar in een exponentiële omgeving is dat niet waar. Dit maakt het razend moeilijk om in de toekomst te kijken als het gaat om de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Wat betekent het dat over tien jaar een smartphone even intelligent kan zijn als zijn eigenaar? Hoe moeten we een dergelijke ontwikkeling begeleiden of de goede kant uit sturen?

Maar exponentiële ontwikkelingen zijn niet alleen zichtbaar in de digitale wereld. Ook de menselijke invloed op deze aarde ontwikkelt zich al een tijd lang  exponentieel. ZO’n ontwikkeling kan lang klein blijven, maar plotsklaps wordt de snelle groei waarneembaar. Zo groeit het aantal ernstige overstromingen door de klimaatverandering al decennialang via een exponentiële kromme, maar pas recent zien we het! Al sinds het rapport van de Club van Rome uit 1972 zijn wij vertrouwd gemaakt met het exponentiële karakter van de menselijke uitputting van de aarde, maar het blijft moeilijk exponentieel te denken en daar naar te handelen. Lees meer op de artikelenpagina.

De overheid is toch niet overbodig geworden?

Mensen die voor Donald Trump stemmen, of voor Brexit, gedragen zich vanuit bestuurlijk perspectief natuurlijk onverantwoord. Ja, ze keren zich tegen de bestuurlijke elite. Maar ze hebben geen idee wat de consequenties zijn van hun stemgedrag. Interesseert ze dat niet? Denken ze misschien dat het niets uitmaakt omdat het  bestuur sowieso onmachtig is geworden? Dat hun problemen toch worden genegeerd? Dat het overheidsbeleid maar eens klaar moet zijn met in cirkeltjes ronddraaien om uitgekauwde thema’s ?

Het lijkt me best goed om over deze vragen na te denken. Het antwoord is in elk geval niet om de mensen maar voor gek te verklaren. De politiek moet zich wellicht afvragen waar die beleving van onmacht van het hedendaagse bestuur vandaan komt. Ik kan drie hints verzinnen. Worden de  resterende beleidsvragen rond de klassieke overheidstaken  als zorg, onderwijs, veiligheid en arbeidsmarkt niet onnodig verpolitiekt? Worden de grote problemen van deze tijd (zoals migratie, digitalisering, klimaat) wel echt aangepakt, of met valse redeneringen grotendeels ontweken? Krijgt ongelijkheid in onze geïndividualiseerde samenleving wel voldoende aandacht?

ik heb de hints uitgewerkt op de Artikelenpagina.

De kwetsbaarheden van Poetin

De Russische president Poetin wordt bij ons vaak gezien als een succesvol strateeg, geen vriend van het Westen en wellicht een bedreiging. Maar misschien is het goed ook zijn kwetsbaarheden te onderkennen. De Russische economie loopt slecht, zijn militaire interventies in Oekraïne, de Krim en Syrië dragen een heel hoog prijskaartje als je  kijkt naar de internationale reacties: economische sancties en vijandschap met de Soenitische wereld, en de pijnlijke onthullingen in bijvoorbeeld de Panama papers en het recente dopingschandaal hebben zijn reputatie ernstig onderuit gehaald. Die kwetsbaarheden leveren voor de politicus Poetin een heel drukke agenda. Wat kan daar nog bij? Kunnen we dat een beetje begrijpen? Dat is de gestelde vraag in het artikel op de Artikelenpagina.

Brexit, of toch maar niet?

Afgelopen donderdag hebben de Britten via een referendum gekozen voor uittreding uit de EU. Dat inspireerde mij tot een aantal stellingen:

Een zo ingrijpend besluit als uittreding uit de EU dient niet met een gewone meerderheid van 50%, maar met een gekwalificeerde meerderheid van bijvoorbeeld twee-derde te worden genomen, om recht te doen aan de democratische plicht om zorgvuldig om te gaan met de belangen van minderheden.

Na de eerste euforie zullen de chaos in het VK en de economische terugslag  de roep om een Nexit of Frexit, of welke andere uittreding  dan ook, in de komende maanden snel doen verstommen.

Het is nog hoogst onduidelijk hoe snel de uittreding juridisch kan worden gerealiseerd en een nieuw (handels)verdrag regime met het VK kan worden afgesproken. Dat moet eerst helder zijn voordat de artikel 50 procedure, die in twee jaar moet zijn afgerond, kan worden ingeroepen.

Het beste wat er nu kan gebeuren is dat de Brexit uiteindelijk helemaal niet doorgaat. Dat is mogelijk na een periode van kommer en kwel, als er voorzichtig op wordt gestuurd, als leiderschap wordt gevonden dat zorgvuldig verdere radicalisering voorkomt en verbinding blijft zoeken, en wanneer de ontwikkelingen van de komende jaren duidelijk maken dat het wensbeeld dat bij de Brexit werd nagestreefd niet blijkt te bestaan.

Ik heb de stellingen uitgewerkt in een stuk op de Artikelen pagina.